Als je (intensief) gaat trainen zal je lichaam gaan reageren op de Lichamelijke prikkel die er toegediend wordt en zich daarop gaan aanpassen.
Die aanpassing (adaptatie) komt voort uit de homeostase, de neiging van het lichaam om lichaamsfuncties binnen bepaalde grenzen stabiel te houden.
Aan het principe van de adaptatie zijn een aantal trainingswetten ontleend.
Het is zelfs zo dat veel duurwerk voor beoefenaars van explosieve onderdelen nadelige effecten hebben. Snelle spiervezels kunnen na langdurige "aërobe" prikkels namelijk van karakter veranderen. Prestatieverhogende aanpassingen binnen het lichaam zijn altijd specifiek. Dat wil zeggen dat de grootste veranderingen in het lichaam zullen gaan plaatsvinden in die organen en celstructuren welke de trainingsprikkel
Alle trainingseffecten gaan net zo snel weer verloren als ze opgebouwd zijn (omkeerbaarheid). Als je een tijdje niet traint, zal het lichaam weer de condities aannemen als voor de trainingen. Vooral het uithoudingsvermogen zal sterk en snel afnemen. Als je niet traint zul je dus weer terugvallen, en dat is natuurlijk ook logisch. Na het stopzetten van de training worden de voorheen bereikte prestatieverhogende aanpassingen weer teruggebracht naar beginstadium. De snelheid waarmee dat gebeurt, hangt af van diverse factoren. Snelheid en kracht zullen eerder verminderen dan een vergrote lenigheid. Dat komt omdat er een samenhang is met het centrale zenuwstelsel. Het uithoudingsvermogen, in belangrijke mate afhankelijk van de bloedsomloop, ademhaling en stofwisseling, gaat snel terug wanneer met noodgedwongen moet stoppen met het hardlopen.
